
Het dossier rond de renteloze lening aan de politiezone roept bij Anders fundamentele vragen op. De politiezone heeft expliciet aan de stad gevraagd of zij interesse had in de gronden en gebouwen van de oude politiekazerne. De stad besliste om die niet te verwerven, zonder enige duiding op welke basis die beslissing is genomen.
Die gang van zaken is moeilijk te begrijpen. In het meerjarenplan wordt expliciet verwezen naar de nood aan ruimte voor seniorenwoningen, betaalbare huisvesting, starterswoningen, randparkings en andere functies die het centrum leefbaar moeten houden. Net deze site ligt centraal in Hoogstraten en biedt door haar schaal en ligging de mogelijkheid om meerdere van die doelstellingen te combineren. Voor Anders voelt dit als een unieke kans die bewust wordt laten liggen, zonder dat daar vandaag een overtuigende argumentatie tegenover staat.
Naast het ruimtelijke luik plaatst Anders ook ernstige vraagtekens bij de gekozen financieringsconstructie. De politiezone bestaat uit drie gemeenten: Hoogstraten, Merksplas en Rijkevorsel. Toch wordt voorgesteld dat uitsluitend Hoogstraten een renteloze lening van 2,2 miljoen euro toestaat, volledig ten laste van de Hoogstraatse kas en liquiditeiten, zij het tijdelijk.
Dat de bouw van de nieuwe kazerne sneller vordert dan gepland en tijdelijk druk zet op de middelen van de politiezone, is begrijpelijk. Net daarom rijst de vraag waarom deze voorfinanciering niet wordt gedragen door alle gemeenten van de zone, bijvoorbeeld volgens de verdeelsleutel die normaal binnen de politiezone wordt toegepast. Vandaag neemt Hoogstraten het volledige financiële risico op zich, terwijl het om een gezamenlijke structuur gaat.
Voor Anders gaat dit dossier dan ook niet over een technisch of tijdelijk probleem, maar over principiële keuzes. Het raakt tegelijk aan strategisch ruimtegebruik in het centrum én aan een evenwichtige verdeling van lasten binnen een intergemeentelijke samenwerking.
De fractie vraagt daarom duidelijkheid over wie precies besliste om de oude politiegebouwen niet te verwerven en op basis van welke inhoudelijke afwegingen. Daarnaast wil Anders weten waarom er geen piste werd uitgewerkt waarbij ook Merksplas en Rijkevorsel bijdragen aan de voorfinanciering, en of het college bereid is om in de toekomst proactiever om te gaan met strategische sites die als hefboom kunnen dienen voor meerdere beleidsdoelstellingen tegelijk.
Wat blijft hangen, is het gevoel dat Hoogstraten hier een kans laat liggen die zich niet snel opnieuw zal aandienen.
