Belastingen en retributies: oude kritiek verdwijnt, lasten blijven

Tijdens de gemeenteraad werden opnieuw verschillende belasting- en retributiereglementen besproken en verlengd. Voor Anders was dit aanleiding om duidelijke inhoudelijke opmerkingen te maken, vooral omdat eerdere fundamentele bezwaren vandaag zonder uitleg lijken te verdwijnen.

Bij de belasting op administratieve stukken, in het bijzonder verblijfsdocumenten voor vreemdelingen, blijven de tarieven ongewijzigd hoog. Die bedragen werden in 2022 al bekritiseerd door zowel Anders als CD&V, precies omdat er geen duidelijke kostprijsberekening tegenover stond. Een hernieuwing van het reglement is nochtans het moment om tarieven te herleiden tot de werkelijke kost. Dat gebeurt vandaag niet.

Ook bij de belasting op verdeelapparaten van brandstoffen exclusief voor vrachtwagens blijven vragen onbeantwoord. In 2024 onthield CD&V zich nog wegens onduidelijkheid over het RUP Transportzone en de lopende mobiliteitsstudie. Vandaag wordt het reglement verlengd zonder dat de gemeenteraad ooit een stand van zaken kreeg over die dossiers. Dat is moeilijk te verantwoorden.

Hetzelfde zien we bij de belasting op omgevingsvergunningen. In 2020 stemde Anders tegen de verhoging van 50 naar 75 euro, een stijging van 50 procent. Ook CD&V noemde dit toen expliciet een verdoken belastingverhoging. Vandaag wordt datzelfde reglement ongewijzigd verlengd, zonder enige inhoudelijke motivering waarom die kritiek plots niet meer geldt.

Bij de blauwe zone herhaalt zich dat patroon. De verhoging van 15 naar 25 euro werd in 2019 door CD&V nog een “fikse verhoging” genoemd, uit bezorgdheid voor de aantrekkingskracht van de stad. Vandaag blijft dat tarief behouden. Voor Anders blijft handhaving tegen langparkeren minstens even belangrijk als het behouden van hoge tarieven.

Ook het DIFTAR-reglement en de afvalbelasting geven aanleiding tot bezorgdheid. Door de indexatie van vaste tarieven en de kilogramprijs gaat het voor gezinnen opnieuw om een sluipende belastingverhoging. Voor een gemiddeld gezin loopt dat al snel op tot ongeveer 30 euro per jaar.

Bij de belasting op tweede verblijven blijft Anders eveneens kritisch. Dat reglement werd in 2020 nog omschreven als nattevingerwerk, gebaseerd op vermoedens en vrijwillige aangifte, zonder objectieve gegevensdeling. Aan die fundamentele bezwaren is vandaag niets gewijzigd, waardoor het reglement structureel kwetsbaar blijft.

Tot slot werden ook bijkomende opmerkingen gemaakt bij andere reglementen. Zo werd gewezen op het ontbreken van een evaluatie van de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen, en op de invoering van een vaste instapkost bij tijdelijke inname van het openbaar domein, net na een digitalisering die bedoeld was om de administratie te vereenvoudigen.

Volgens Anders tonen deze dossiers samen een duidelijke tendens. Belastingen en retributies worden verlengd of verhoogd zonder evaluatie, zonder heldere beleidsdoelstelling en zonder transparante verantwoording. Dat eerdere kritiek vandaag verdwijnt zonder uitleg, roept ernstige vragen op over de consistentie en zorgvuldigheid van het gevoerde beleid.

Deel dit bericht

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.